Veiligheid actueel

Blijf op de hoogte van nieuwe of veranderde voorschriften en normen.

Aandachtspunten bij het uitvoeren van een dichtheidsproef op nieuwe lagedruk aardgasbinneninstallaties (Ø ≤ DN50 (2”) en MOP ≤ 100 mbar) - 04/09/2018 - 12:02

Een steeds weerkerend probleem waarvoor wij uw aandacht vragen is het opblazen van gasmeters tijdens de dichtheidsproef. Dit veroorzaakt heel wat narigheid aan de gebruiker, aan de netbeheerder en aan u als installateur. Daarom zetten we voor u en uw medewerkers de regels van goed vakmanschap nog even op een rijtje.

  • Open de stopkranen van al de aangesloten verbruikstoestellen alsook alle aanwezige sectioneerkranen. Leidingen waar voorlopig geen toestellen worden op aangesloten moeten afgesloten worden met een metalen dop of stop. Alle toestellen moeten uitgeschakeld zijn. Op deze manier zal de dichtheid van zowel de binnenleiding als de aansluitleiding gecontroleerd worden.
  • Gebruik als tesmedium enkel lucht of een inert gas (bv. stikstof)
  • Alvorens de proef uit te voeren moet de gasmeterkraan worden gesloten. Doet u dit niet, dan kan er via deze kraan lucht of stikstof in de distributieleiding van de netbeheerder terecht komen. Dit is gevaarlijk en moet absoluut vermeden worden.
  • Gebruik een manometer die voldoende nauwkeurig meet. Zo merkt u een drukdaling vlugger op dan met een minder nauwkeurige manometer.
  • Voer een nulstandcontrole van de manometer uit.
  • Zet de installatie via het T-stuk of drukmeetpunt op een druk van 150 mbar. Het is een veel voorkomend misverstand te denken dat een hogere druk bv. 500 mbar beter zou zijn. De gasmeter, veel messing kranen en de gasblok van het gastoestel verdragen zulk een hoge druk niet en worden erdoor beschadigd.
  • Wacht minstens 10 minuten en check daarna op de manometer gedurende minstens 10 minuten of de druk behouden blijft. Er mag geen drukverlies worden gemeten. Controleer daarnaast alle verbindingen door deze af te zepen met een schuimend product. Er mogen geen bellen ontstaan.
  • Meld op het testverslag dat de dichtheidsproef werd uitgevoerd op een druk van 150 mbar.

Uitbreidingen op bestaande lagedruk installaties worden beschouwd als een nieuw gedeelte van de installatie en moeten eveneens worden getest op 150 mbar. Het is daarom noodzakelijk een sectioneerkraan gevolgd door een T-stuk te plaatsen aan het begin van de uitbreiding. Door het sluiten van de sectioneerkraan is het mogelijk om de dichtheid van dit nieuwe gedeelte te testen. Net zoals voor nieuwe installaties moet de uitbreiding lekdicht zijn. Er mag geen drukverlies worden gemeten en er mogen geen bellen ontstaan.

NOOT: De dichtheid van de aansluiting tussen de bestaande installatie en de sectioneerkraan wordt nagegaan door afzepen bij werkdruk.