Nieuws en magazines

Nieuwsberichten

Systematische kwaliteitscontroles staven belang van opleiding Gasmonteur

In de loop van het jaar voert Cerga steekproefkeuringen uit op de uitgevoerde werken van haar installateurs. Een inspecteur van een erkend keuringsorganisme brengt dan een bezoekje aan een klant waar werken aan de gasinstallatie zijn uitgevoerd. De analyse van deze controles in 2018 toont aan dat de opleiding Gasmonteur wel degelijk haar vruchten afwerpt.

Zo’n controle verloopt in een sfeer van gezonde samenwerking tussen Cerga en haar installateurs. Samen ijveren die immers voor een veilige gaswereld. Een kwaliteitslabel kan nu eenmaal niet zonder systematische controle. Bovendien geeft dit de klant een vorm van gemoedsrust. Voor de inspectie maakt de inspecteur gebruik van de controlelijsten gebaseerd op de voorschriften en installatienormen. Wanneer een installatie niet voldoet aan de norm, wordt de installateur hiervan verwittigd zodat hij de nodige aanpassingen kan uitvoeren.

Minder niet-conformiteiten

De resultaten van deze keuringen zijn bovendien interessant om een overzicht te krijgen van tendensen en de meest voorkomende aandachtspunten. Twee- of driemaal per jaar komt de Raad voor de Habilitatie bij elkaar, zeg maar de raad van bestuur van Cerga, om het resultaat van deze controles te analyseren. De laatste jaren stelt deze vergadering een toptwintig op van de meest voorkomende niet-conformiteiten.

Jaarlijks worden er ongeveer 2400 dergelijke controles uitgevoerd. In het overgrote deel van deze controles zijn geen opmerkingen te formuleren. In het andere geval worden uiteraard de betrokken installateurs maar ook de andere Cerga-leden geïnformeerd.
Op die manier zorgt het Cerga label voor een permanente verbetering van de installaties. En dit merken we ook in de resultaten: vorig jaar konden we vaststellen dat het aantal inbreuken daalt tegenover de vorige jaren.
 

Opleiding gasmonteur

Het is niet toevallig dat deze positieve tendens samenloopt met de opleiding Gasmonteur die in 2016 werd gestart, waarvan nu de resultaten zichtbaar zijn. Om gevalideerd te worden als gasmonteur bij een door Cerga-erkend installatiebedrijf moet de kandidaat een opleiding van 16 uur in een erkend opleidingscentrum succesvol afronden.  

Aandachtspunten : Topvijf

Laten we de vijf meest courante inbreuken even bekijken…
 
Ontbrekende equipotentiaalverbinding (118 vaststellingen)
118 keer stelden de inspecteurs vast dat de bovengrondse gasleiding niet verbonden is met de aarding van het gebouw. De oorzaak van deze niet-conformiteit is meestal miscommunicatie met de elektricien. De gasinstallateur gaat ervan uit dat de elektricien de verbinding zal maken en visa versa. Spreek dus goed af met de elektricien, want deze verbinding voorkomt dat de metalen leidingen onder spanning komen te staan wat elektrocutie kan veroorzaken. Het maakt niet uit wie de verbinding maakt, maar de installatienorm eist wel dat hij er is.
 
Geen sectioneerkraan (72 vaststellingen)
Elke inkomende leiding in een appartement moet voorzien zijn van een sectioneerkraan, gevolgd door een T-stuk met stop of dop. Deze kraan is verplicht ongeacht de lengte en ligging van de leiding en het aantal toestellen dat door de leiding wordt gevoed. Een stopkraan mag niet dienstdoen als sectioneerkraan.
 
Geen T‐stuk zoals voorzien in NBN D 51‐003 (66 keer)
Dit T-stuk met stop of dop is noodzakelijk om de dichtheidsproef te kunnen uitvoeren. Sinds september 2014 bestaat er geen verwarring meer over waar een T-stuk en sectioneerkraan moet worden geplaatst. Binnen een gebouw moet het T-stuk stroomafwaarts van de gasmeter komen, voor de eventuele eerste aftakking of het toestel. Het moet stroomafwaarts komen van iedere tussengasmeter en stroomafwaarts van iedere sectioneerkraan. Buiten een gebouw hoort het T-stuk stroomafwaarts van de gasmeter te staan, in de eerste bereikbare ruimte waarin de binnenkomende gasleiding loopt.
 
Geen mantelbuis bij muurdoorvoer (65 keer)
Een doorvoer moet steeds beschermd worden met een mantelbuis. Een folie of tape rond de gasleiding, of de bekleding in kunststof van bijvoorbeeld Wicu-buizen, volstaat niet. Zo’n mantelbuis voorkomt beschadiging door thermische uitzetting van de leiding en beschermt tegen corrosie. Bovendien vergeet men vaak de ruimte tussen de gasleiding en de mantelbuis op te vullen met plastisch, niet-corrosief materiaal zoals siliconenpasta of PUR-schuim.
 
PLT fitting niet geïsoleerd met autovulkaniserende band of thermokrimpkous (62 keer)
Bij PLT-installaties moet na de dichtheidstest elke fitting worden geïsoleerd met autovulkaniserende wikkelband of thermokrimpkous. Dit is nodig om het indringen van vocht te voorkomen tussen de kunststof mantel en de roestvast stalen plooibare gegolfde buis en om te vermijden dat onbevoegden de fitting zouden losmaken.
 

Een buitenbeentje is de inbreuk die bijna vanuit het niets naar de tiende plaats schiet: het gebruik van bevestigingsbeugels die niet geschikt zijn voor hun taak. Blijkbaar gebruiken sommige installateurs regelmatig kunststof beugels of beugels die niet aangepast zijn aan het gewicht van de leidingen.

Ook voor niet-Cerga

Hoe dan ook, bij Cerga is men blij met de daling aan niet-conformiteiten die is ingezet. Bovendien kunnen bedrijfsleiders hun medewerkers nog steeds inschrijven voor de opleiding Technisch Verantwoordelijke of Gasmonteur, zelfs al zijn ze niet aangesloten bij Cerga. Alleen door een doorgedreven technische knowhow en kennis van de actuele regelgeving realiseren we een duurzame en veilige gasomgeving.
 
Ben je nog geen Cerga-installateur en wil je ook mee stappen in het mooie Cerga-verhaal dat sinds 1999 wordt geschreven, surf dan naar lidworden.cerga.be en dien meteen je aanvraag tot het bekomen van het Cerga-kwaliteitslabel in. Voor alle voordelen van het Cerga-label: zie www.cerga.be

Aandachtspunten bij het uitvoeren van een dichtheidsproef op nieuwe lagedruk aardgasbinneninstallaties (Ø ≤ DN50 (2”) en MOP ≤ 100 mbar)

Een steeds weerkerend probleem waarvoor wij uw aandacht vragen is het opblazen van gasmeters tijdens de dichtheidsproef. Dit veroorzaakt heel wat narigheid aan de gebruiker, aan de netbeheerder en aan u als installateur. Daarom zetten we voor u en uw medewerkers de regels van goed vakmanschap nog even op een rijtje.

  • Open de stopkranen van al de aangesloten verbruikstoestellen alsook alle aanwezige sectioneerkranen. Leidingen waar voorlopig geen toestellen worden op aangesloten moeten afgesloten worden met een metalen dop of stop. Alle toestellen moeten uitgeschakeld zijn. Op deze manier zal de dichtheid van zowel de binnenleiding als de aansluitleiding gecontroleerd worden.
  • Gebruik als tesmedium enkel lucht of een inert gas (bv. stikstof)
  • Alvorens de proef uit te voeren moet de gasmeterkraan worden gesloten. Doet u dit niet, dan kan er via deze kraan lucht of stikstof in de distributieleiding van de netbeheerder terecht komen. Dit is gevaarlijk en moet absoluut vermeden worden.
  • Gebruik een manometer die voldoende nauwkeurig meet. Zo merkt u een drukdaling vlugger op dan met een minder nauwkeurige manometer.
  • Voer een nulstandcontrole van de manometer uit.
  • Zet de installatie via het T-stuk of drukmeetpunt op een druk van 150 mbar. Het is een veel voorkomend misverstand te denken dat een hogere druk bv. 500 mbar beter zou zijn. De gasmeter, veel messing kranen en de gasblok van het gastoestel verdragen zulk een hoge druk niet en worden erdoor beschadigd.
  • Wacht minstens 10 minuten en check daarna op de manometer gedurende minstens 10 minuten of de druk behouden blijft. Er mag geen drukverlies worden gemeten. Controleer daarnaast alle verbindingen door deze af te zepen met een schuimend product. Er mogen geen bellen ontstaan.
  • Meld op het testverslag dat de dichtheidsproef werd uitgevoerd op een druk van 150 mbar.

Uitbreidingen op bestaande lagedruk installaties worden beschouwd als een nieuw gedeelte van de installatie en moeten eveneens worden getest op 150 mbar. Het is daarom noodzakelijk een sectioneerkraan gevolgd door een T-stuk te plaatsen aan het begin van de uitbreiding. Door het sluiten van de sectioneerkraan is het mogelijk om de dichtheid van dit nieuwe gedeelte te testen. Net zoals voor nieuwe installaties moet de uitbreiding lekdicht zijn. Er mag geen drukverlies worden gemeten en er mogen geen bellen ontstaan.

NOOT: De dichtheid van de aansluiting tussen de bestaande installatie en de sectioneerkraan wordt nagegaan door afzepen bij werkdruk.

Openbaar onderzoek normontwerpen NBN B 61-001 en NBN B 61-002

Het Bureau voor normalisatie (NBN) publiceert ter kritiek de normontwerpen prNBN B 61-001 "Verwarmingssystemen in gebouwen - Ontwerp van stookafdelingen - Totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 70 kW" en prNBN B 61-002 "Verwarmingssystemen in gebouwen - Ontwerp van stookafdelingen - Totaal nominaal vermogen kleiner dan 70 kW". Dit openbaar onderzoek loopt van 11 juni 2018 tot 15 november 2018.

U kan het ontwerp gratis consulteren via http://pe.nbn.be of u kan het aankopen bij het NBN (www.nbn.be).

Eventuele opmerkingen en suggesties mogen overgemaakt worden via cerga@cerga.be.